Opdrachten
1​
Maak twee variabelen aan:
stadmet als waarde'Amsterdam'(gebruik enkele aanhalingstekens).landmet als waarde"Nederland"(gebruik dubbele aanhalingstekens).- Log beide variabelen naar de console.
2​
Gegeven zijn de volgende variabelen:
const voornaam = "Karel";
const achternaam = "Jansen";
Maak een nieuwe variabele volledigeNaam aan die de twee variabelen samenvoegt met een spatie er tussen, zodat het resultaat "Karel Jansen" wordt.
3​
Bereken en log de lengte (het aantal tekens) van de volgende string:
const zin = "JavaScript is super leuk!";
Tellen de spaties en het uitroepteken ook mee in de lengte van een string?
4​
Schrijf een stukje code waarin je:
- Een variabele
gebruikeraanmaakt met jouw eigen naam. - Een variabele
berichtaanmaakt die de naam combineert tot de zin:"Welkom terug, [naam]!". - Het resultaat print in de console.
5​
Gegeven zijn twee variabelen:
const woord1 = "Koffie";
const woord2 = "pauze";
- Voeg
woord1enwoord2samen in een variabelecombinatie. - Sla de lengte van
combinatieop in een variabeletotaleLengte. - Wat is de waarde van
totaleLengte?
6​
Bekijk de onderstaande code. Waarom geeft deze code een foutmelding in JavaScript en hoe kun je dit oplossen?
const citaat = 'Hij zei: 'Hallo daar!'';
7​
Bekijk de volgende drie regels code:
const a = "Hello" - "World";
const b = "JavaScript" * 3;
const c = "10" + "20";
- Wat is de uitkomst van
aenb? Leg uit op basis van de theorie. - Wat is de uitkomst van
c? (Let goed op de aanhalingstekens!)
8​
Bekijk de onderstaande variabelen:
const product = "Appels";
const aantal = 5;
const winkelmand = "Ik heb " + aantal + " " + product + " gekocht.";
- Wat staat er in de variabele
winkelmand? - Welk datatype wordt het uiteindelijke resultaat van
winkelmand?